ARTIKELEN

staart_roze_03

Luuk Winkelmolen – Lottum

Met de introductie van de PorCoin wil Luuk Winkelmolen de varkenshouders en de consumenten weer met elkaar verbinden. Uiteindelijk moet dit zich vertalen naar een maatschappelijk gedragen transitie in de varkenshouderij. De PorCoin is het middel om deze transitie in gang te zetten, waarbij consumenten PorCoins kunnen besteden via een op te richten goede doelen stichting. Winkelmolen wil het liefst dat de PorCoin in allerlei producten verwerkt wordt, als marktconcept, omdat het daarmee de opdruk van een vleesconcept vermijdt. Hij wil aan vleesconcepten geen extra belasting opleggen of er concurrentie mee aangaan. In de goede doelen stichting zitten dan projecten die een duurzame varkenshouderij creëren die goed is voor dier, varkenshouder en consument. Varkenshouders kunnen deze aanmelden en dan tevens aangeven op welke manier zij denken dat ze een relatie met de consumenten kunnen opzetten bij hun project. De consument kan een keuze maken en aangeven waarvoor hij/zij de PorCoins wil inzetten en dus met welk bedrijf hij/zij in contact wil komen om de ontwikkelingen te volgen of te zien. De bijhorende financiële steun moet bij de stichting zijn ingebracht door sponsoren, waarbij het belangrijk is dat partijen willen en kunnen bijdragen aan bovengenoemde transitie, zoals bijvoorbeeld de Postcode Loterij die op veel vlakken initiatieven ondersteunt. Deelnemers aan die loterij kunnen dan tevens exact en tastbaar zien waar hun bijdrage aan besteed wordt. Denk aan een ondernemer die een deel van zijn vrije-uitloopstal financiert met PorCoins. De stichting gaat ervoor zorgen dat de PorCoins op een juiste manier verdeeld worden. Winkelmolen beseft dat het idee nog de nodige uitwerking vraagt; daarom gaat de Varketing Masterclass zich met deze uitdaging bezighouden. De Varketing Masterclass is een groep young professionals die voort is gekomen uit het startup-event Pigs in the Pigture. Het startup-event werd georganiseerd door Varketing Group vanwege het 10-jarige bestaan.

Tekst: Interview 5 finalisten HBIVV – PigBusiness – mei 2019

staart_roze_03

Rainier van Gelderen – Reusel

Dierenwelzijn, de maatschappelijke eisen en ook een arbeidsverlichting voor de varkenshouder combineren lijkt een lastige of zelfs onmogelijke zaak. Toch denkt Rainier van Gelderen van PorcBusiness een oplossing te hebben voor het soms onevenwichtige aantal biggen per zeug per worp. Daarvoor wil hij het mogelijk maken dat de biggen bij meerdere zeugen kunnen drinken door het weghalen van de kraamhok afscheidingen na het werpen. Tegelijk moet dan wel onbeperkt, 24 uur per dag kunstmelk en/of aanvullend voer beschikbaar zijn. Hij noemt dit het 2-40, 3-60, 4-80 of zelfs 5-100 systeem, waarbij elke zeug 20 biggen groot kan gaan brengen. De vorming van deze grote groepen biggen past in veel kraamstallen, zonder veel investeringen, hooguit een makkelijk systeem van schotverwijdering is zinvol. En het benut de voordelen van het multisucklingsysteem, zoals een betere interactie tussen de biggen, een hogere voeropname en betere groei. Het zo vormen van groepen vermindert ook de arbeid die gepaard gaat met het overleggen van biggen. Daarnaast heeft een big de vrije keuze, of bij eigen moeder of bij een pleegmoeder gaan zogen. Biggen zijn snel gewend aan het op meerdere plaatsen te kunnen gaan drinken of eten. Zeugen hebben veelal 12-14 bruikbare spenen beschikbaar en kunnen ook grotere groepen biggen grootbrengen. Samen met varkenshouders, dierenartsen en overige erfbetreders wil van Gelderen verder uitzoeken wat de optimale manier van werken is bij het maken van de groepen. Hij noemt dat kritische succesfactoren, waarbij de praktijkinbreng essentieel is. Zo is nog onduidelijk hoe leeftijdsverschillen doorwerken en ook het effect van verschillen in gezondheidsstatus van individuele zeugen. Ook de (bij) voeding is een apart hoofdstuk wat verder bekeken moet worden.

Tekst: Interview 5 finalisten HBIVV – PigBusiness – mei 2019

staart_roze_01

Wilfred Markvoort en Erik Stegink – Bathmen

Staartbijten is en blijft een aandachtspunt bij biggen. Voldoende afleiding en speelmateriaal, geeft goede resultaten bij de vermindering ervan. Het Pignick-plateau van Wilfred Markvoort (Velvetgrass) is een verder geperfectioneerd element om biggen beschutting en afleiding te geven. Het kunststofplateau kent twee niveaus, beide bekleed met kunstgras. Met behulp van pinnen die door de roosters steken, blijft de Pignick op zijn plaats liggen. Het onderste niveau is geschikt voor de biggen om op te gaan liggen, waardoor ze direct het tweede plateau als beschutting boven het hoofd hebben. Dieren in het algemeen, en varkens dus ook, willen een veilige plek hebben om te liggen. Eerste resultaten van prototypes, onder andere getest op het bedrijf Piggy’s Palace van Erik Stegink toonden rustig slapende biggen op het onderste plateau met de kop naar buiten gericht. Het natuurlijke gedrag van beschut liggen, met goede vluchtmogelijkheden, is daarmee gerealiseerd. Op het verhoogde tweede plateau kan, op het aangebrachte kunstgras, zaagsel of wat voer worden gestrooid. De dieren kunnen dan het gewenste wroetgedrag uiten. Bij de proefopstellingen waren de biggen actief gericht op het plateau en werd er volop gezocht naar het voer en was de aandacht niet op elkaar gericht. Vanwege de gewenste lange levensduur en hergebruik is het kunstgras volledig van PE (Polyethyleen) gemaakt, Dit is in elkaar  geweven in plaats van getuft. Hierdoor is het kunstgras Cradle to Cradle. Bij het schoonmaken van de stallen kan het plateau makkelijk rechtop worden gezet en met de hogedrukspruit verder worden gereinigd. Het kunststof laat geen bacteriële groei toe. Voor de uiteindelijke toepassing moet de Pignick nog worden goedgekeurd als afleidingselement. Markvoort hoopt erop dat de Pignick ook mee gaat tellen als extra vloeroppervlakte. Daarmee wordt het plaatsen ervan in de stal nog aantrekkelijker. De eerste proefresultaten beloven het fors terugdringen van het staartbijten, wat het welzijn van de dieren ten goede komt. Varkenshouders en dierenartsen die dit concept bekeken reageerden zeer positief.

Tekst: Interview 5 finalisten HBIVV – PigBusiness – mei 2019

staart_roze_02

Ruud Pothoven & Ben Bruurs – Arnhem & Baarschot

In de varkenshouderij groeit het aantal kleinschalige vleesprojecten waarbij de directe afzet naar de consument belangrijk is. Veel van deze (biologische) varkenshouders hebben dierenwelzijn hoog in het vaandel staan, de betreffende ondernemers hebben een intensieve omgang met de dieren en vinden het laatste traject, het transport van het bedrijf naar het slachthuis lastig. Dit vanwege de stress dat dit bij de dieren kan veroorzaken. Er zijn tevens maar weinig slachterijen die passen bij die kleine schaal van deze varkensbedrijven. De dieren krijgen niet de aandacht die deze boeren zouden willen en/of het is zelfs onmogelijk zeker te weten dat je je eigen varkens terug krijgt. Door deze beperkte beschikbaarheid lopen de transportafstanden in sommige gevallen fors op. Op het bedrijf slachten voorkomt dit transport, vandaar dat Ruud Pothoven (Innohow) en Bionext een mobiel slachthuis als dé oplossing zien. Dit mobiele slachthuis moet passen in een oplegger van een truck, waarbij rekening houdend met aanrijtijden etc., de capaciteit dan 30-35 varkens per dag zou kunnen zijn. Slager Henk Jansen uit Lieren (Gelderland) zou daarbij één van de twee vaste mensen op deze slachtauto zijn. Een grotere capaciteit realiseren is lastig vanwege de verdere verwerking en afvoer van het vlees en het slachtafval. En is waarschijnlijk ook niet nodig gezien de omvang van geïnteresseerde varkenshouders. Momenteel loopt een crowdfunding-actie voor een startkapitaal van 55.000 euro. De totale investering zal circa 150.000 euro bedragen. Met de aanschaf van een truck wordt dan een eerste grote stap gezet, waarna de inrichting volgt. Deze zal moeten voldoen aan alle regels voor een slachterij, zal als een slachterij moeten worden gecertificeerd. Pothoven wijst erop dat de betrokken ondernemers niet alleen naar de slachttarieven moeten kijken, ook naar de transportkosten en tijdbesparingen. Voor de varkenshouderij is deze manier van slachten nieuw, in Scandinavië is een dergelijke werkwijze al wel bekend voor rundvee. In bepaalde landen is soms toegestaan om dieren op het bedrijf te verdoven en te verbloeden, om ze daarna af te voeren naar een slachter. In Nederland bestaat die mogelijkheid niet voor normale slachtdieren.

Tekst: Interview 5 finalisten HBIVV – PigBusiness – mei 2019

staart_roze_03

Yke Roelevink – Lemmer

De mest gescheiden houden in een dikke en dunne fractie kent veel voordelen. Specifiek aan dit ontwikkelde stalconcept is de vochtdoorlatende kunststofvloer, deze verzorgt de scheiding al in het hok van de (vlees)varkens. Daardoor wordt minder of geen ammoniak in de stal gevormd en is ook geen drijfmestkelder of opslag meer nodig. De kunststofvloer heeft een filterende werking en is zo geconstrueerd dat de vaste mest op het oppervlakte blijft liggen terwijl de urine er doorzakt naar een put of rioleringssysteem. De dikke fractie wordt vervolgens met een mechanisch systeem (bijv. mestschuif) uit de stal verwijderd. Dit systeem is toepasbaar in nieuwe vleesvarkensstallen en ook bij renovaties. De kunststofvloer kan over bestaande vloeren worden aangebracht. Aandachtspunt is het goed kunnen reinigen van de vloeren bij een mechanische verwijdering van de dikke fractie.

Volgens Roelevink voorkomt het zo snel mogelijk gescheiden houden van de dikke en dunne fractie van de mest de vorming van ammoniak, wat naast een lagere uitstoot ook leidt tot een gezonder stalklimaat. Dat zal leiden tot betere technische resultaten en een plezieriger werkomgeving voor de varkenshouder. Ook de vorming van levensgevaarlijke mestgassen (broeikasgassen) in de drijfmestput is niet meer aan de orde. Deze gassen ontstaan door natuurlijke processen in veelal anaerobe omstandigheden en leiden tot afbraak van organisch stof en verlies aan nutriënten. Dankzij de gescheiden opslag zullen zowel de ammoniakemissie in de stal en ook de broeikasgasemissies die ontstaan in de kelder aanzienlijk afnemen. Ook is de mestafzet beter te reguleren omdat de dunne fractie met de stikstof vooral naar het grasland kan, terwijl de dikke fractie met vooral het fosfaat en de organische stof naar het bouwland kan worden afgevoerd. Vanwege de mechanische afvoer die nodig is voor de dikke fractie, lijkt het systeem in eerste instantie vooral weggelegd voor vleesvarkensstallen. Verdere ontwikkelingen zouden ook het toepassen in zeugenstallen mogelijk kunnen maken.

Tekst: Interview 5 finalisten HBIVV – PigBusiness – mei 2019


@